Fytotherapie

GESCHIEDENIS VAN DE KRUIDENGENEESKUNDE

Home » Cursussen » Fytotherapie

Lesinhoud

Les 1

De oorsprong

Les 2

De Grieken

Les 3

De Romeinen

Les 4

Kloosters en kruidengeneeskunde

Les 5

De hervorming

Les 6

Het hier en nu

Fytotherapie, ofwel kruidengeneeskunde

1. De oorsprong van de kruidengeneeskunde

Wist u dat een halve eeuw geleden de meeste geneesmiddelen van plantaardige oorsprong waren? Nu worden veel geneesmiddelen synthetisch gemaakt, maar hun oorsprong is vrijwel altijd plantaardig of dierlijk. De wetenschap van de geneesmiddelen heet farmacie. De wetenschap van geneeskrachtige kruiden heet fytotherapie, of kruidengeneeskunde.

Kruidengeneeskunde is een onderdeel van de natuurgeneeskunde en valt daarom onder de alternatieve geneeskunst.

Wanneer de eerste mens op het idee kwam om planten medisch te gebruiken is niet bekend. Dieren doen het ook – bij hen is het instinctmatig en dit wordt zoopharmacognosie genoemd. Zou het kunnen dat het bij onze voorouders ook uit instinct voortkwam?

Zij stonden natuurlijk oneindig veel dichter bij de natuur dan wij. Waarschijnlijk was het observeren van dieren één methode om kennis over planten te vergaren. Bij het binnentrekken van een nieuw gebied was voorzichtig proeven een methode: de meeste giftige planten smaken onaangenaam. Australische aboriginals gaan in ieder geval wel zo te werk.

Er waren mensen die meer talent hadden om planten te herkennen en toe te passen. Deze ‘herboristen’ hadden waarschijnlijk een werkwijze die een sjamanistisch karakter hadden. Sjamanisme is gebaseerd op het idee dat ziekten veroorzaakt worden door factoren buiten het lichaam, bijvoorbeeld een boos gemaakte geest. Sjamanen ontwikkelden zich weer tot priesters en daarna tot artsen.

Ongeveer 4800 jaar geleden stelde de Chinese keizer Sjen Noeng een soort van boek samen met 365 geneeskruiden. Ook de Soemeriërs, die rond 2300 voor Christus tussen de Eufraat en de Tigris woonden, maakten al medicijnen uit tijm, wilgen en dadels.

In de bibliotheek van de Assyrische koning Asoerbanipal heeft men een kleitablet gevonden waar 250 plantaardige medicijnen op waren vermeld. Ook in het oude Egypte werden kruiden gebruikt. Priester en dokter Imhotep schreef granaatappelwortels voor bij stoornissen aan de ingewanden en het sap van de papaver (opium) tegen huilende babies.

In India waren ver voor onze jaartelling meer dan 700 geneeskrachtige kruiden bekend die werden gebruikt in de Ayurveda-geneeskunde.

Ga naar les 2

2. De Grieken

De Grieken maakten als eerste onderscheid tussen arts en priester. Daardoor ontwikkelde de geneeskunde zich snel. Men kreeg inzicht in de werking van planten en begrip voor hygiëne. Het is het wetenschappelijke begin van de geneeskunst. De eerste strikt medische theorieën over het ontstaan van ziekten en kwalen worden ontwikkeld.

Hippokrates was de grondlegger van de humoraaltheorie, die tot in de 19e eeuw werd gebruikt om ziekten te verklaren. Bij deze theorie gaat men uit van de vier elementen lucht, vuur, aarde en water die corresponderen met de seizoenen lente, zomer, herfst en winter. Deze theorie werd gekoppeld aan de vier humoren of lichaamssappen van de mens, die bij elk orgaan horen: bloed, gele gal, zwarte gal en slijm, die corresponderen met hart, lever, milt en hersenen. Ziekte werd volgens deze theorie veroorzaakt door te veel of te weinig lichaamssappen.

De natuurgeneeskunde maakt soms nog wel eens gebruik van deze theorie, maar dan in aangepaste vorm. Artsen zweren nog steeds de Eed van Hippokrates voordat zij hun beroep gaan uitoefenen.

Ga naar les 3

3. De Romeinen

De Romeinen namen veel over van de Grieken. Enkele van hun artsen zijn zeer bekend geworden, met name:

  • Andromachos – hij was Nero’s lijfarts en vond het middel Theriak uit, een middel tegen vergiftiging. Het bestond uit opium – veel opium – en slangenvlees. Dit middel is tot in de 19e eeuw een algemeen geaccepteerd geneesmiddel geweest.
  • Dioscorides – een militaire arts die met het leger meereisde. Overal waar hij kwam bestudeerde hij de inheemse geneesmiddelen, waarna hij de ‘Materia Medica’ schreef. In dit boek worden meer dan 600 medicijnen van plantaardige, minerale en dierlijke oorsprong beschreven. Deze mijlpaal in de geneeskunde werd tot in de 17e eeuw gebruikt.
  • Plinius de Oudere – de schrijver van de voorloper van de ‘Naturalis Historia’, een compleet overzicht van de toen bekende dierlijke en plantaardige geneesmiddelen.
  • Galenus – de lijfarts van Marcus Aurelius uit de 2e eeuw paste de humoraaltheorie van Hippocrates ook op medicijnen toe. Hij schreef een boek over geneesmiddelen en beschreef daarin 540 plantaardige, 180 dierlijke en 100 middelen van niet-biologische oorsprong. Hij bedacht veel nieuwe manieren om medicinale kruiden te verwerken. Hieronder vallen o.a. zalven, extracten en stropen. Deze worden Galenische preparaten genoemd.
nero
Ga naar les 4

4. Kloosters en kruidengeneeskunde

In de Middeleeuwen vinden we de kruidengeneeskunde terug in de kloosters. De abdis Hildegard van Bingen (1098-1179) werd als tiende kind uit een adellijk gezin op 10-jarige leeftijd aan ‘God’ geschonken. In het klooster kwam zij onder de hoede van de kluizenaarster Jutta, die snel doorhad dat het kind niet alleen heel slim was, maar ook helderziende gaven had. Hildegard ontwikkelde zich tot een belezen vrouw en schreef de Physica sive subtilitatum diversum naturatum creaturatum, dat grotendeels op de werken en zienswijze van Galenus berustte. Ook Albertus Magnus (1193-1280) heeft grote bijdragen geleverd aan de kruidengeneeskunde.

Paracelsus (1493-1541) probeerde de kruiden te analyseren en de werkzame delen eruit te isoleren om aan de patiënt te geven. Dit deed wel afbreuk aan het kruid, maar zijn werk was heel belangrijk omdat hij verbanden legde tussen mens, dier, plant en kosmos. Hij is de vader van de signatuurleer.

Tijdgenoten van Paracelsus zijn o.a.: Brunfels (Contrafayt Kreuterbuch, 1530), Bock (Neu Kreuterbuch, 1534), de Leidse hoogleraar Rembert Dodoneus die in 1554 zijn beroemde Cruydtboek uitgaf en Nicolas Culpepper, die in 1653 Complete Herbal publiceerde. De kennis over kruiden breidde zich uit, vooral door de ontdekkingsreizen naar India en Amerika. In die tijd onstond het woord officinalis. Kruiden met deze naam waren onderzocht en konden officieel via de apotheken verkocht worden.

paracelsus
Ga naar les 5
henryleclerc

5. De Hervorming (Reformatie) en Renaissance

De Hervorming was een beweging in de 16e eeuw die de Rooms-katholieke kerk wilde verbeteren. Het leidde echter uiteindelijk niet tot de gewenste hervormingen in de Katholieke kerk, maar tot een kerksplitsing. Door de reformatie ontstonden er hierdoor twee grote christelijke geloven: het katholicisme en het protestantisme.

Het zorgde ervoor dat de kruidentuinen verdwenen uit de kloosters. Het kweken van kruiden werd door apothekers overgenomen. In 1816 slaagde Sertüner erin het eerste alkaloïd af te scheiden en te zuiveren, namelijk morfine uit opium. Daarna volgden meer ontdekkingen. In 1820 bereidden Pelletier en Caventou kinine uit kinabast en Posselt en Reimann isoleerden in 1828 nicotine uit tabak. Ook aspirine werd zo uit wilg geïsoleerd.

Chemische en synthetische producten namen de plaats in van de geneeskruiden. Deze verloren snel terrein omdat de voordelen van synthetische middelen snel duidelijk werden. De stoffen konden in zuivere vorm worden aangemaakt, waardoor de dosering naar wens kon worden gegeven. Kruiden waren veel moeilijker te bewaren dan chemicaliën. Daarnaast was de productie van synthetische middelen niet afhankelijk van een oogst en kon de industrie een toename van vraag gemakkelijk opvangen.

Wetenschap en technologie waren in opmars en de kruidengeneeskunde verdween naar de achtergrond. Leeuwenhoek ontwikkelde zijn eerste microscoop. Mendel kwam met zijn erfelijkheidsleer. De Franse arts Henry Leclerc (1970-1955), onderwierp de kruidengeneeskunde aan een wetenschappelijk onderzoek en hij was degene die deze vorm van geneeskunde fytologie/fytotherapie noemde.

Ga naar les 6

6. De huidige tijd

Daarna werd het een tijdje rustig rond de kruidengeneeskunde. Men bestempelde het als volksgeneeskunst en kwakzalverij. Sebastian Kneipp gaf er echter weer nieuwe impulsen aan. Hij werkte uit zijn eigen ervaringen, verzamelde kennis en liet de middeleeuwse sfeer rond de kruiden achterwege. Hoewel hij het meest met botanie en fytotherapie wordt geassocieerd steunde zijn zienswijze op 4 pilaren, namelijk: hydrotherapie, het gebruik van water om aandoeningen te behandelen; fytotherapie – het gebruik van botanische medicijnen; beweging – het bevorderen van de gezondheid door beweging; voeding – een gezond dieet van volle granen, fruit en groenten en beperkt vlees; balans – Kneipp geloofde dat een gezonde geest een gezonde persoon voortbracht.

In Frankrijk en Duitsland vormt de fytotherapie een belangrijk onderdeel van de geneeskunde, maar in ons land ligt dat anders. De chemische producten van de farmaceutische industrie hebben hier nog steeds een monopoliepositie. Er zijn nog wel kruidencoöperaties die voornamelijk valeriaan en vingerhoedskruid leveren, maar de synthetische producten hebben de markt overgenomen. De kruiden die nog worden gebruikt worden ingevoerd (o.a. uit de Balkan en Hongarije).  Kruiden worden door enkele (natuur)artsen voorgeschreven. Maar gelukkig neemt de belangstelling – zowel bij leken als bij zorgmedewerkers – weer toe.

zonnehoed

Coming up!

de volgende cursus is in de maak!

Schrijf je nu in en ontvang 50% korting!

Ik wil meer weten!

Binnenkort vindt je hier een link naar de cursus ‘Kruidenthee, hoe maak je de beste mengsels en waar zijn ze goed voor’. Deze is in de maak!

Coming up!

de volgende cursus is in de maak!

Schrijf je nu in en ontvang 50% korting!

Ik wil meer weten!

Binnenkort vindt je hier een link naar de cursus ‘Kruidenthee, hoe maak je de beste mengsels en waar zijn ze goed voor’. Deze is in de maak!

Shop

Shop

In onze shop vindt U o.a. mineralen, vitaminen en supplementen, maar ook biologische thee en aanverwante artikelen.